|
| | Nieuws > | De Afsluitdijk klimaatbestendig; wat vindt de VBIJ?
De Afsluitdijk vormt een belangrijk onderdeel van de opgaaf om Nederland klimaatbestendig te maken voor de toekomst. Volgens RWS moet deze dijk worden verhoogd en verstevigd, zodat de zeespiegelstijging geen greep krijgt op ons land. Afgelopen jaar hebben allerlei partijen, waar onder de VBIJ, nagedacht over de aanpak van de Afsluitdijk.
|
Afsluitdijk klimaatbestendig
De Afsluitdijk vormt een belangrijk onderdeel van de opgaaf om Nederland klimaatbestendig te maken voor de toekomst. Volgens RWS moet deze dijk worden verhoogd en verstevigd, zodat de zeespiegelstijging geen greep krijgt op ons land. Afgelopen jaar hebben allerlei partijen, waar onder de VBIJ, nagedacht over de aanpak van de Afsluitdijk.
Belangrijk is een integrale aanpak waarvoor gekozen is:veiligheid en natuurontwikkeling en schone energie, gaan goed samen. Onder leiding van Ed Nijpels, is er een adviescommissie verkenning Toekomst Afsluitdijk opgericht met als opdracht om te komen tot een nieuw plan voor de Afsluitdijk dat voldoet aan de veiligheidsnorm en geen afbreuk doet aan een aantal basisfunctionaliteiten die ook met de Afsluitdijk verbonden zijn.
Dat zijn:
- Veiligheid
- Waterbeheer
- Mobiliteit
- Ruimtelijke kwaliteit
- Natuur
- Cultuurhistorie
RWS heeft naast allerlei stakeholdersbijeenkomsten waar alle betrokkenen ideeën konden spuien, ook aan marktpartijen (advies-/ ingenieursbureaus, baggeraars etc.) gevraagd om mee te denken aan een nieuw plan voor de Afsluitdijk.
Acht consortia (samenwerkingsverbanden) hebben een plan ontwikkeld. De adviescommissie heeft er uiteindelijk vier uitgekozen.
De VBIJ is betrokken geweest bij het ontwikkelen van de acht plannen van de consortia. De VBIJ heeft dat gedaan vanuit haar visie dat het hele waddengebied – van Noordzeekustzone, via eilanden, inter-getijdengebied, achterland en gesloten zeearmen, zoals IJsselmeer – beschouwd moet worden als één brede kustverdedigingzone.
|  | | |
Natuuropgaven
Daarnaast heeft de VBIJ nagedacht over wat er nu precies met de nieuwe plannen van de Afsluitdijk nog meer opgelost zou moeten worden naast de veiligheid. Dat moeten in ieder geval twee opgaven voor natuur zijn, was de conclusie
· Het kwaliteitsverlies m.b.t. het ecosysteem van de Westelijke
Waddenzee en het IJsselmeer;
· Het ontbreken van ecologische samenhang en verbindingen
tussen de ecosystemen Waddenzee en IJsselmeer.
Voor aanpassing van de Afsluitdijk hebben we, vanuit onze visie en vanuit de natuuropgave die we willen verbinden met de plannen, uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd, in aanvulling op de veiligheidsdoelstelling.
Het nieuwe dijkontwerp moet een substantiële bijdrage leveren aan versterking van robuustere ecosystemen Waddenzee en IJsselmeer samen. Dit kan door het creëren van karakteristieke habitats, met bijbehorende soorten en door het verbinden van beide ecosystemen.
Het dijkontwerp staat een (mogelijk meer open) langetermijnoplossing niet in de weg. Het dijkontwerp levert een belangrijke bijdrage aan een flexibele opvang van klimaatveranderingen, zoals zeespiegelrijzing, stormen en hoge zoetwaterafvoeren. Daarbij is ook sedimenttransport van belang.
Het ontwerp kiest voor landschapsvormende processen i.p.v. harde oplossingen: het ‘building with nature’ principe. Dit betekent dat je moet onderzoeken hoe je de natuur zelf beter kan inzetten voor het veiliger maken van de dijk.
In het ontwerp zijn andere functies mogelijk en ingepast: bijvoorbeeld duurzame energieopwekking, recreatieve mogelijkheden en kweek van mosselzaad of zilte groenten.
Het ontwerp tast het weidse landschap van IJsselmeer en Waddenzee niet aan en vernietigt of verstoort geen beschermde leefomgevingen en soorten.
Deze uitgangspunten en randvoorwaarden hebben we ingebracht in het proces van de ontwikkeling van de verschillende dijkontwerpen.
Conclusies en aanbevelingen
Concreet hebben we de volgende conclusies en aanbevelingen gedaan aan de adviescommissie, om zo tot een juiste beoordeling te kunnen komen van een ‘voorkeursalternatief’. Dat voorkeursalternatief is het plan dat verder als meest kansrijk uit de bus is gekomen en waarnaar verder onderzoek zal worden gedaan (bijvoorbeeld naar de schadelijke effecten op de natuur, het kostenplaatje etc.).
1. In alle ontwerpen is sprake van verbetering van beide ecosystemen door flinke zoet-zout overgangen, zonder dat daarmee sprake is van zoutoverlast in het IJsselmeer. Het is daarom zeer wenselijk dat nu het principebesluit valt voor een grootschalige zoet-zout overgang aan de zijde van het IJsselmeer.
2. In de meeste ontwerpen wordt het building with nature concept toegepast, waarbij de beste mogelijkheden zich voordoen aan de Waddenzeezijde. Wij dringen er op aan dat dit principe uitgangspunt vormt voor de toekomstige aanpak.
3. In bijna alle gevallen is sediment noodzakelijk voor de aanpassing van de dijk. Wij stellen voor dat op korte termijn wordt begonnen met een proef of onderzoek naar ecologisch verantwoorde zandwinning in het IJsselmeer.
4. Het blijkt dat met een overslagbestendige dijk aan de veiligheidscriteria kan worden voldaan. Wij achten het dan ook zeer wenselijk dat nu een principe keuze wordt gemaakt voor een overslagbestendige dijk.
5. Uit alle ontwerpen wordt duidelijk dat er mogelijkheden voor duurzame energieopwekking langs de Afsluitdijk zijn, maar dat ze merendeels nog niet direct toepasbaar zijn. Daarom is het wenselijk dat het proeftuinconcept voor alternatieve energie wordt meegenomen in de besluitvorming.
6. In de ontwerpen is helaas geen aandacht voor sedimenttransporten en de mogelijkheid van ‘meegroeien’ (van Waddenzee en IJsselmeer) met de zeespiegelrijzing. Wij zijn van mening dat het zeer zinvol zou zijn hierover meer kennis te ontwikkelen, bijvoorbeeld in relatie met zandsuppleties en zandmotoren aan de Hollandse kust. Bovendien is het in dit perspectief van belang dat een meer ‘open’ constructie in de toekomst mogelijk blijft. Wij pleiten daarom voor een no-regret aanpak.
Het proces
Er zijn nu vier varianten vanuit het Rijk, met twee 0-opties (die gaan alleen uit van de veiligheid).
Men heeft een concept afwegingskader opgesteld. Dat is een belangrijk document waarin staat beschreven hoe men voorkeursalternatief gaat kiezen.
Begin 2011 wordt de voorkeursvariant vastgesteld.
In 2011 komt de Milieu Effectrapportage uit met de passende beoordeling. Daarin is vastgelegd of en welke verstoringen er voor de natuur optreden als het plan wordt uitgevoerd.
Ook wordt onderzocht wat de kosten en baten zijn van het plan. Dat wordt vastgelegd in de maatschappelijke kosten-baten analyse. Die worden rond dezelfde tijd gepubliceerd.
Dan volgt er een inspraak periode.
Eind 2012/2013 worden er vergunningen aangevraagd en is er een aanvraag voor het dijkverzwaringsplan.
De eerste stap (in 2013) die concreet genomen wordt, is de aanleg van de extra spuicapaciteit op de Afsluitdijk, zo is nu de planning.
Hoe gaat het nu verder?
Uiteindelijk zal er één definitief plan komen waarin staat hoe de Afsluitdijk veiliger wordt gemaakt en wat voor extra’s het zal opleveren voor natuur, voor groene energie, voor recreatie en cultuurhistorie.
De VBIJ blijft actief bij het proces betrokken omdat we hier een belangrijke kans zien om de natuur aanzienlijk te verbeteren. En zo’n kans kan je niet laten lopen!
Flos Fleischer
|
|
| |